Pegasus is de tweede episode van Ball And Wall: 50 levels in een zonnige cartoonwoestijn, met grasblokken, houten kisten, munten en cactussen. De levels zijn moeilijker dan in Space, en vanaf ronde 13 komt er om de paar rondes een nieuw blok bij: een ster, buizen, bomkisten, “?”-blokken, een ON/OFF-schakelaar, vuurstaven, bewegende platforms en wolken.
Elk blok dat je kapotmaakt levert 10 punten op; een bomkist 20 en een wolk 15. Munten leveren 50 op en een “?”-blok 50 plus een goede bonus: je hebt ze niet nodig om een level te halen, maar ze brengen je hoger in de ranglijst.
Blokken in Pegasus
Munt: 50 extra punten; je hebt hem niet nodig om het level te halen.
Houten kist: is onbreekbaar.
Trampoline: een bal die erop landt, schiet sneller omhoog.
Zwart gat: buigt de baan van de bal om zich heen.
Instabiel zwart gat: slokt de bal op, springt naar een andere plek en gooit de bal in een willekeurige richting weer uit.
Ster: zendt elke twee seconden een golf uit: een bal die door de golf wordt geraakt, buigt af en gaat sneller.
Buizen: de bal gaat de ene buis in en komt uit de andere buis van dezelfde kleur, in de richting van de draaiende pijl.
Bomkist: een kist met een knipperend rood kader: als hij breekt, blaast hij de blokken eromheen op.
“?”-blok: de eerste treffer slaat er een munt uit en laat altijd een goede bonus vallen; daarna is het een leeg blok dat niet breekt. Je hebt het niet nodig om het level te halen.
ON/OFF-schakelaar: een treffer zet hem om: ON maakt de rode blokken massief, OFF de blauwe.
Rode en blauwe blokken: muren die niet breken; zolang ze alleen een gestippelde omtrek zijn, vliegt de bal erdoorheen.
Vuurstaaf: een ketting van vuurballen die rond een blok draait; de bal kaatst af op de vuurballen.
Bewegend platform: gaat heen en weer of op en neer; het breekt als een gewoon blok.
Wolk: vervaagt een tijdje en komt terug; zolang hij weg is, vliegt de bal erdoorheen.
Wat er in welke ronde komt
Rondes 1–12: platforms van gras en kisten, munten en de trampoline.
Rondes 13–18: de ster, de buizen en de bomkisten.
Rondes 19–23: “?”-blokken.
Rondes 24–28: bewegende platforms.
Rondes 29–33: wolken die komen en gaan.
Rondes 34–38: de ON/OFF-schakelaar met rode en blauwe muren.
Rondes 39–43: vuurstaven.
Rondes 44–50: alles samen.
Power-ups en power-downs
Uit een kapot blok valt soms een bonus. Vang hem op met je batje.
Goede
Drie ballen: je speelt met meerdere ballen tegelijk.
Grote bal: de bal wordt groter, en langzamer als hij snel ging.
Extra leven: je krijgt er een leven bij.
Plakkend batje: de bal blijft aan het batje plakken tot je hem wegschiet.
Breder batje: het batje wordt een tijdje langer.
Punten: +10, +50 of +100 punten.
Kanon: het batje schiet.
Computerbatje: een tweede batje, bestuurd door de computer, helpt je.
Slechte
Leven kwijt: je verliest een van je levens.
Korter batje: het batje krimpt een tijdje.
Kleine bal: de bal wordt kleiner en sneller.
Aardbeving: het speelveld schudt.
Turbulente bal: de bal vliegt onrustig.
Wolken: wolken bedekken een deel van het speelveld.
Tips
Raak elk “?”-blok dat je ziet: de bonus is altijd een goede.
Een muur van rode blokken breekt niet: raak de ON/OFF-schakelaar en hij wordt een omtrek waar de bal doorheen vliegt.
De vuurstaven draaien langzaam: wacht tot de arm voorbij is en stuur de bal erachter.
Raak een wolk zolang je hem ziet: als hij vervaagt, vliegt de bal erdoorheen.